Home Page

Icon   TERREUR OP DE WERKPLEK
Icon   E-mail: hulp@pesten.net

onafhankelijke website www.pesten.net

Pesten komt overal voor. Niet alleen leerlingen op scholen maken elkaar het leven zuur, maar ook op de werkplek staan werknemers dagelijks bloot aan de terreur van collega's. Dit kost bedrijven veel geld. Organisatieadviseur Henry Walter heeft berekend dat Duitse bedrijven ieder jaar gemiddeld 65 duizend gulden per slachtoffer van pestgedrag besteden. De prestaties van zowel daders als slachtoffers worden slechter als gevolg van terreur op de werkplek. Bovendien moeten leidinggevenden hun kostbare tijd aan deze situatie besteden. En slachtoffers melden zich veel vaker dan gewoonlijk ziek.

Drie op de tien Nederlandse werknemers worden gepest, één zelfs in ernstige mate. Dit blijkt uit een vooronderzoek van Adrienne Hubert en Herman Steensma, sociale- en organisatiepsychologen van de Rijksuniversiteit Leiden. Zij hebben onderzoek gedaan naar het pesten onder werknemers in een productiebedrijf. Pesten komt veel meer voor dan de onderzoekers dachten. Daarom zijn zij samen met de Arbodienst-West gestart met het eerste grootschalige onderzoek naar pestgedrag op het werk. Zevenduizend werknemers uit het bank- en verzekeringswezen en een grote uitgeverij nemen deel aan het onderzoek.

De wetenschappers noemen het pestgedrag onder werknemers liever psychoterreur of mobbing. 'Het woord pesten klinkt alsof het om iets kinderachtigs gaat', zegt Hubert. 'Een plaagstootje op zijn tijd is best leuk, maar psychoterreur is echt beschadigend voor mensen', vult Steensma aan. Mobbing betekent letterlijk vertaald hinderlijk volgen en wordt gebruikt voor systematisch pestgedrag dat steeds gericht is op dezelfde persoon. Een belangrijke voorwaarde voor mobbing is de aanwezigheid van toeschouwers. Collega's weten dat iemand stelselmatig wordt getreiterd, maar zij doen niets en keuren het gedrag daarmee goed.

Apenrotsmentaliteit

Het slachtoffer is volgens Hubert vaak iemand die zich niet goed kan verdedigen. 'Mensen die worden gepest, geloven dat zij het verdienen. Zoals kinderen die zeggen dat zij worden getreiterd, omdat zij bijvoorbeeld te dik zijn of een bril dragen. Dat is natuurlijk onzin, omdat er genoeg dikke kinderen met een bril zijn die helemaal niet worden gepest.'

Werknemers die zich niet of nauwelijks aanpassen aan de normen en waarden van de groep hebben een verhoogde kans om het doelwit van psychoterreur van collega's te worden. Steensma: 'Zeker wanneer werknemers als team een bonus kunnen verdienen, wordt diegene die langzamer werkt de klos.' Maar ook iemand die beter presteert dan de groep loopt gevaar. Een 'uitslover' wordt al gauw door collega's tegengewerkt, opdat hun prestaties niet zo slecht lijken.

De moderne zelfsturende teams bevorderen volgens Hubert het ontstaan van mobbing. Een zelfsturend team is een groep binnen een bedrijf waar niemand de leiding heeft. De werknemers hebben een brede taakomschrijving en moeten samenwerken met collega's van verschillende disciplines. Volgens de onderzoekers is het een slechte zaak dat in een dergelijk team niemand kan worden aangesproken op het pestgedrag van de groep. 'Als de structuur ontbreekt, ontstaat een apenrots-mentaliteit', zegt Steensma. Volgens hem neemt een persoon informeel de leiding op zich. Dit proces kan gepaard gaan met de nodige onderlinge strijd die gemakkelijk kan uitlopen op pesterijen.

Daarnaast bestaat binnen zelfsturende teams het gevaar dat de werknemers elkaar gaan pesten, omdat de taken toenemen. Steensma denkt dat overbelasting en onduidelijkheid over werkzaamheden de kans op mobbing verhogen. Volgens hem kunnen niet alle werknemers hun nieuwe werkzaamheden aan.

Computerbestanden gewist

Een werkgever kan soms heel gemakkelijk vaststellen dat de werknemers in zijn bedrijf iemand pesten. 'Bouwvakkers spijkeren de wc-deur achter een collega dicht', geeft Steensma als voorbeeld.

Hoogopgeleide werknemers hebben geen hamer en spijkers bij de hand om iemand het leven op de werkplek onmogelijk te maken. 'Ze pesten anders, omdat zij anders zijn opgevoed', zegt Steensma. Met subtiele methoden kan een collega behoorlijk de voet dwars worden gezet: telefoontjes worden niet aan het slachtoffer doorgegeven, of belangrijke computerbestanden worden gewist.

De aanleiding van het pesten op een afdeling wordt vaak gezocht in de manier waarop het bedrijf wordt geleid. Uit het onderzoek blijkt echter dat de belangrijkste oorzaak voor mobbing in de persoonlijkheid van de dader ligt. Iemand die anderen pest is volgens de onderzoekers altijd iemand die van nature een agressievere persoonlijkheid heeft dan anderen. De dader verveelt zich of is gefrustreerd over de gang van zaken. Een belangrijk motief van de treiteraar is dat deze het gevoel moet hebben dat de terreur ook iets oplevert. 'Alleen als het bedrijf pesten beloont, zal een dader anderen pesten', zegt Hubert. De beloning kan de beste werkplek van de afdeling zijn, of gewoon macht over anderen.

Vervelender wordt het voor werknemers wanneer de dader tevens hun manager is. 'Helaas komt dat vaker voor dan gedacht', constateert Steensma. Uit het vooronderzoek blijkt dat de meerderheid van de daders tot het management behoort. De onderzoekers durven nog niet te zeggen waar de oorzaak precies ligt. Managers kunnen bijvoorbeeld van nature een agressievere persoonlijkheid hebben. Ook is het mogelijk dat zij de meeste voordelen van psychoterreur hebben.

De onderzoekers denken dat mobbing zal afnemen wanneer het onderwerp bespreekbaar wordt binnen bedrijven. 'Mobbing is een onderschat probleem. Veel personeelschefs kennen het verschijnsel niet', zegt Hubert. Wanneer dit pestgedrag meer bekendheid krijgt, kunnen mensen er beter mee omgaan. Volgens Hubert wordt in bedrijven nog vaak gedacht dat het pesten vanzelf over zal gaan. 'Soms vergeten werkgevers de dader aan te pakken en leggen de schuld eenzijdig bij het slachtoffer.'

Volgend jaar hopen de onderzoekers een interventie- en preventieprogramma klaar te hebben. Bedrijven kunnen een contract ondertekenen waarin staat dat pesten niet wordt getolereerd, net zoals dat tegenwoordig op scholen wordt gedaan. Daarnaast wordt het onderwerp bespreekbaar gemaakt. Werkgevers krijgen voorlichting hoe zij moeten optreden. 'In Scandinavië blijkt dat twee jaar na het invoeren van zo'n programma het pesten op scholen met de helft is afgenomen', aldus Hubert.

Anders dan anderen

Marijke Smits (59) vindt zichzelf geen teamspeler. 'Ik ben anders dan anderen, dat was ik altijd al. Daar voel ik me prettig bij.' Smits is de laatste vijf jaar van haar loopbaan als lerares in het christelijk basisonderwijs gepest door haar collega's. 'Als ik de lerarenkamer binnenkwam, stokte het gesprek. Ook moest ik in het speelkwartier in mijn eentje pleinwacht houden. Als ik een minuut te laat naar buiten kwam, ging een collega bij de directeur klagen dat de leerlingen alleen waren.'

De pesterijen begonnen met de aanstelling van de nieuwe directeur op de school. Volgens Smits reageerde deze man zijn eigen onzekerheid op haar af: 'Het pesten sloop erin. In het begin dacht ik nog dat hij gewoon een slechte bui had en die op mij afreageerde. Toen was ik nog weerbaar, en had ik kunnen zeggen: hou op met je gezeur. Maar ik deed niets, en later wordt het steeds moeilijker er iets van te zeggen.'

Smits vond dat zij wel erg vaak rotklusjes moest opknappen. 'Ik kreeg zaakjes toegeschoven die eigenlijk tot de taken van de directeur behoorden. Dat betekende voor mij extra werkdruk. Ik kwam niet meer aan mezelf toe.' De stress nam toe, ook haar collega's vertrouwde ze niet meer. 'Het is zwaar om de hele tijd op je woorden te moeten letten. Ik werd argwanend bij alles wat er werd gezegd.' Sommige collega's wilden in een gesprek met haar wel toegeven dat er iets fout zat, maar geen enkele collega durfde het openlijk voor haar op te nemen.

Smits heeft nog een tijd onder deze omstandigheden gewerkt, maar op een gegeven moment ging het niet meer. Het breekpunt kwam toen een paar kinderen in haar klas elkaar pestten. 'Ze treiterden elkaar wegens iets onnozels: na een gymnastiekles waren een paar veters uit de schoenen van een kind verdwenen. Ik herkende het, want in principe pesten kinderen elkaar op dezelfde manier als volwassenen. Ik kon het niet meer opbrengen om het gepeste kind op te vangen. Dat was de laatste keer dat ik les gaf.'

Bron: Intermediair, 3 april 1997


Terug


Laatst bijgewerkt d.d. 14-10-1999