Website voor Nederland en Vlaanderen

Terug
 
Algemeen Overleg, d.d. 08-02-2006
Door drs. Bob van der Meer

Algemeen Overleg

Op 8 februari 2006 vond een Algemeen Overleg van de onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer met de minister van OCW plaats. Het overleg werd mogelijk omdat de minister aan de Kamer een brief had geschreven over veiligheid op school (nummer 29 240).
Na het uitkomen van deze brief nam een lid van Groen Links het initiatief om een stuk te produceren, getiteld Verklaring aanpak pesten, waarna Groen Links, PvdA en SP twee dagen voor het Algemeen Overleg een persbericht uitbrachten. Tijdens het Algemeen Overleg benadrukten ieder van de drie partijen een of meer onderwerpen uit de Verklaring aanpak pesten.

Hieronder eerst de letterlijke tekst van de Verklaring aanpak pesten. Daarna het persbericht van de drie oppositie-partijen, mijn commentaar en tot slot de literatuur, beho-rend bij de Verklaring aanpak pesten.

Verklaring aanpak pesten

Overwegende dat
  • Pesten groot persoonlijk leed veroorzaakt[I]
  • Een directe relatie bestaat tussen het al dan niet melden van pesten en het melden van geweld op straat[II]
  • Een directe relatie bestaat tussen pesten en allerlei vormen van racisme, seksisme en antisemitisme[III]
  • 330 000 (23%) kinderen in het primair- en 55 000 (6%) in het secundair onderwijs jaarlijks slachtoffer zijn van pesten[IV]
  • Een op de vijf kinderen in het primair- en een op de zes kinderen in het secundair onderwijs zelf aangeeft te pesten[V]
  • Wanneer zij geen hulp krijgen de kans groot is dat zij hun pestgedrag voortzetten op andere plaatsen dan school.[VI]
  • Dit tot grote problemen in het later te vormen gezin kan leiden, problemen als kindermishandeling, seksueel misbruik, en andere vormen van huiselijk geweld[VII]
  • Notoire pesters een vier maal zo grote kans dan andere leerlingen lopen in de criminaliteit te belanden[VIII]
  • Het signaleren en behandelen van deze groep dus een ideale vorm van criminaliteitspreventie is[IX]
  • Het probleem wederkerig is en 3.5% van de beroepsbevolking (nog steeds) gepest wordt[X]
  • De financieel- economische schade in de miljarden loopt[XI]
Constaterende dat
  • Pesten een groot maatschappelijk probleem is
  • Het huidige beleid na meerdere jaren nog steeds niet effectief blijkt[XII]
  • Er nog steeds geen aanpak, speciaal geënt op notoire pesters, bestaat[XIII]
  • Scholen tot nu toe vrij zijn om het probleem al dan niet aan te pakken
  • Uit onderzoek blijkt dat er wel een effectieve aanpak bestaat[XIV]
Willen wij dat
  • Elke school verplicht wordt de vijf-sporen aanpak van pesten te hanteren[XV]
  • Ter implementatie hiervan elke school wordt geprofessionaliseerd om deze aanpak goed te hanteren. Dit doormiddel van bewustwording en training[XVI]
  • Hiervoor voldoende trainers moeten worden opgeleid[XVII]
  • Per onderwijsinstelling een persoon aanspreekpunt zal zijn voor de psychosociale veiligheid van iedere schoolgeleding, waaronder pesten
  • Deze persoon in nauw contact zal staan met alle actoren in en rond school[XVIII]
  • Het onderwijsondersteunend personeel (OOP) voldoende tijd en middelen worden gegeven om toezicht te houden en corrige­rend op te treden [XIX]
  • Pabo’s en andere opleidingen voor leerkrachten/docenten verplicht worden een antipest module in het lespakket hebben[XX]
  • Zittende (Psycho-) therapeuten zullen worden opgeleid in de hulp aan (ex-) slachtoffers van pesten, alsook de hulp aan notoire pesters[XXI]
  • De website www.pesten.net financieel ondersteund wordt voor onderhoud en beantwoorden van de vele vragen[XXII]
  • Instructiemateriaal voor de vijfsporenaanpak wordt ontwik­keld[XXIII]
  • Een landelijke organisatie hiervoor verantwoordelijk zal zijn[XXIV]


Persbericht

Het volgende persbericht is op 7 februari 2006 uitgebracht door GroenLinks, PvdA, en de SP. Dit naar aanleiding van het Algemeen Overleg op 8 februari 2006 van de onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer met de minister van Onderwijs, mevrouw Maria van der Hoeven.

"Linkse partijen eisen aanpak pesten op school"

SP roept samen met PvdA en GroenLinks minister Van der Hoeven op tot een urgenter en effectiever beleid tegen pesten op school. De partijen willen dat er een landelijk beleid tegen pesten komt, met respect voor de zelfstandigheid van scholen.

Het is aan scholen om te beslissen hoe ze getreiter en intimidaties tegengaan, maar alle scholen moeten een gedegen anti-pestbeleid hebben. De strijd tegen pesten moet niet worden gevoerd met protocollen en papier.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer over pesten in het onderwijs. De linkse partijen willen laten zien dat pestbeleid een serieuze zaak is en dienen gezamenlijk vier voorstellen in om ook minister Van der Hoeven hiervan te doordringen.

De voorstellen:

  • Minder managers en meer schoolpsychologen in de school. Op elke basis- en middelbare school moet er per tweehonderd leerlingen een schoolpsycholoog zijn. Leerlingen die gepest worden, kunnen bij zo'n vertrouwenspersoon terecht. Het kan bovendien preventief en deëscalerend werken. Het is vreemd dat elke school wel een schoolarts telt, maar geen schoolpsycholoog of schoolmaatschappelijk werker, een regeling die in Zweden al gebruikelijk is.


  • Alle docenten moeten eens in hun loopbaan een cursus anti-pesten volgen, zodat zij pesten herkennen en het kunnen tegengaan in de klas. In curricula van de Pabo's en lerarenopleidingen wordt een verplichte module 'anti-pestbeleid' ingevoerd voor toekomstige docenten.


  • Per school moet circa 10.000 euro beschikbaar gesteld worden voor een werkend pestbeleid waarin meer wordt gedaan dan alleen het voeren van een "papieren beleid", zoals een pestprotocol. Scholen moeten kiezen voor een wetenschappelijk verantwoorde methode en een aanpak waar ze zelf het beste mee uit de voeten kunnen.


  • Uitspraken van de klachtencommissie moeten een meer bindend karakter krijgen bij een conflict over pesten. Als de ouders in het gelijk worden gesteld, dient de school met passend beleid te komen.
Teveel leerlingen worden slachtoffer van pesten, met alle ellendige gevolgen van dien, zoals depressie, slechte schoolresultaten, beschadigd thuiszitten en soms zelfmoord. Ruim één op de tien leerlingen wordt regelmatig en structureel gepest. Dit kan variëren van fysieke pesterijen en verbaal geweld, maar ook het digitale pesten - het cyberpesten - is een opkomend verschijnsel: pesten via MSN, kwetsende sms'jes en foto's en persoonlijke gegevens van gepesten op pornosites zetten. Vooral kinderen die langdurig gepest worden, kunnen voor het leven beschadigd raken en opgroeien tot labiele volwassenen. SP, PvdA en GroenLinks wil actie om het pesten te beteugelen en dringt er bij de minister op aan om het initiatief te steunen.



Commentaar

Van alle kanten werd mij na het Algemeen Overleg verteld dat de punten, door de drie politieke partijen in hun persbericht genoemd, de enig haalbare punten waren. Als het anders was aangepakt, zou mevrouw van der Hoeven haar hakken in het zand hebben gezet en was er niets bereikt.

Daar begrijp ik niets van. Als je al zo lang met pesten bezig bent geweest als ik, wordt je doodziek van weer een mail van een ouder van een gepest kind, weer de naam van een school die het probleem weigert aan te pakken, weer een kind dat zichzelf beschadigt, weer een kind dat vertelt dat hij of zij een einde aan het leven had willen maken, weer een telefoontje van een ouder over het feit dat een klachtencommissie belabberd werk heeft verricht. En dat terwijl er op jaarbasis 800 000,-- euro door het ministerie van OCW wordt uitgegeven aan de aanpak van geweld en pesten. Je vraagt je dan af hoe het komt dat al jaren grote sommen geld aan de aanpak van het probleem worden besteed en het probleem alleen maar erger lijkt te worden.
De politieke partijen zouden derhalve aan de minister van OCW moeten vragen om een evaluatie van tien jaar beleid van het ministerie om geweld en pesten aan te pakken. Daarom nu een kort historisch overzicht.

Tien jaar beleid

In 1994 kwamen de resultaten van het onderzoek Leerlinggeweld in het voortgezet onderwijs naar buiten. Mevrouw Netelenbos formeerde daarop een commissie, de Commissie Geweld, later de Commissie Veiligheid genoemd. Deze commissie werd buiten werking gesteld en dus geschoffeerd, omdat het ministerie zelf in 1995 de nota De veilige school uitbracht.
Om de nota ten uitvoer te brengen werd de zogenaamde Kleine Commissie, bestaande uit drie personen, ingesteld. Een van hen trok zich na zes maanden, uit onvrede met het ontbreken van een theorie over geweld en het bedroevende niveau van de producten om scholen veiliger te maken (waarover later), uit de commissie terug en het tweede lid na een jaar. Bleef alleen de voorzitter van de nu wel zeer kleine commissie over.
De Campagne De veilige school werd in april 2000 veranderd in Transferpunt Jongeren, School en Veiligheid om in 2004 weer van naam te veranderen, namelijk in Centrum voor School en Veiligheid.
Vanaf de start van aandacht voor veiligheid/geweld in 1995 tot 2004 is er geld uitgegeven aan activiteiten en producten die door geen enkele begeleidingscommissie werden beoordeeld. Pas in 2004 werd een begeleidingscommissie ingesteld. Dit gegeven alleen al lijkt mij voldoende reden voor de vraag naar effectevaluatie.

Tweede Kamerleden zouden daarom - een van hun taken - aan de minister van OCW kunnen vragen hoeveel geld vanaf 1995 jaarlijks aan de bekostiging van de onderscheiden campagnes is uitgegeven voor welke producten en activiteiten om daarna te (laten) onderzoeken of en in hoeverre de uitgevoerde activiteiten en gemaakte producten zinvol en noodzakelijk waren geweest.
Ook zou de vraag kunnen worden gesteld om welke reden(en) voor welke activiteiten is gekozen en om welke reden(en) gekozen is voor de inschakeling van steeds dezelfde organisatie.
Dit zijn allen heel legitieme vragen, die geen weerstand zouden mogen of kunnen oproepen bij welke minister dan ook, dus ook niet bij een minister van OCW.

Producten en activiteiten

Thermometer, Toptienlijst Veiligheid en Huisarts Diagnose

Om een tipje van de sluier op te lichten het volgende. Binnen de onderscheiden campagnes werden onder andere de volgende producten gemaakt: de Thermometer, Toptienlijst Veiligheid en Huisarts Diagnose. En dit terwijl er reeds sprake was van vergelijkbare, wél valide en betrouwbare, instrumenten als: De Pesttest, De Probleeminventarisatie en de Vragenlijst naar pesten en gepest worden.
Onderdelen uit deze test werden eruit gehaald, door elkaar gehusseld en als nieuwe instrumenten naar buiten gebracht. Hierbij werd aangegeven dat de nieuwe instrumenten eenvoudiger af te nemen en te interpreteren waren dan de bestaande tests waarbij angstvallig werd vermeden de reeds bestaande valide en betrouwbare instrumenten bij naam te noemen.

De vragen zijn.

Vraag 01: Waarom is De Thermometer gemaakt, terwijl De Pesttest bestond?

Vraag 02: Waarom is de Toptienlijst Veiligheid gemaakt, terwijl De Probleeminventarisatie bestond?

Vraag 03: Waarom is de Huisarts Diagnose gemaakt, terwijl de Vragenlijst naar pesten en gepest worden bestond?

Vraag 04: Waarom niet-valide en niet-betrouwbare instrumenten maken, terwijl er reeds bestaande valide en betrouwbare instrumenten bestonden om de mate van (on)veiligheid te meten?

Vraag 05: Hoeveel geld is besteed aan het tot stand komen van bovenstaande drie genoemde producten: Thermometer, Toptienlijst Veiligheid en Huisarts Diagnose?

Vraag 06: Is de minister het met ons eens dat de productie van bovengenoemde drie producten weggegooid geld is geweest, zijnde ------ euro?

De Onderwijstelefoon

Het vierde voorbeeld. De Onderwijstelefoon werd ingesteld, onder andere bestemd voor kinderen met problemen ten aanzien van pesten en geweld. De Kindertelefoon, die voor het grootste gedeelte werkt met vrijwilligers, heeft de omvangrijke en langdurige subsidie aan de Onderwijstelefoon als een groot onrecht ervaren.

De vragen zijn.

Vraag 07: Waarom is er niet aan gedacht om de medewerkers/ medewerksters van de Kindertelefoon te professionaliseren op het beantwoorden van vragen over veiligheid, geweld en pesten en daarnaast de vragen van ouders en leerkrachten over pesten en geweld onder te brengen bij de stichting Correlatie en de website www.pesten.net?

Vraag 08: Hoeveel geld is besteed aan de instelling en het onderhoud van de Onderwijstelefoon gedurende de achtereenvolgende jaren?

Vraag 09: Als deze vraag is beantwoord, is de volgende vraag: wat zijn de kosten per gesprek voor de onderscheiden jaren geweest?

Vraag 10: Waarom zo veel geld besteden aan een nieuwe telefoon, terwijl er sprake was van de als zeer betrouwbaar bekend staande en veel gebelde Kindertelefoon, stichting Correlatie en website www.pesten.net?

Vraag 11: Is de minister het met ons eens dat het instellen van een nieuwe Onderwijstelefoon weggegooid geld is geweest, zijnde ------ euro?

De website pestweb

Het vijfde voorbeeld.

In 1998 werd de website www.pesten.net gestart. Deze site had vijf jaar na haar oprichting al meer dan vijf miljoen hits en krijgt sindsdien jaarlijks meer dan een miljoen hits.
In april 2002 werd echter door het ministerie OCW de website www.pestweb.nl gestart. Dit gebeurde met toestemming van dezelfde ambtenaar die twee jaar daarvoor had verklaard dat er geen behoefte bestond aan subsidiëring van welke website over pesten dan ook omdat er sprake was van voldoende en inhoudelijk goede sites.
Tijdens het algemeen Overleg verklaarde de minister trots dat de door het ministerie van OCW ingestelde website www. pestweb.nl - in 2002 opgezet en dus al iets meer dan drie jaar werkende site - in 2005 zo'n 25 000 keer was gehit.

Vraag 12: Waarom een nieuwe site beginnen terwijl er sprake was van een reeds gevestigde goede site, bij wie op eenvoudige wijze had kunnen worden aangesloten?

Vraag 13: Hoeveel geld is besteed aan de instelling en het onderhoud van de nieuwe site?

Vraag 14: Als deze vraag is beantwoord, is de volgende vraag: Wat zijn de kosten per hit voor de onderscheiden jaren voor pestweb geweest?

Vraag 15: Is de minister het met ons eens dat het instellen van een nieuwe site, die, na drie jaar in de lucht te zijn geweest, niet meer dan 25 000 hits ontvangt, weggegooid geld, zijnde -------- euro, is geweest?

Vraag 16: Heeft de binnen uw ministerie voor veiligheid verantwoordelijke ambtenaar op eigen gezag toestemming gegeven voor de start van een nieuwe website? Immers, twee jaar daarvoor bracht hij namens zijn staatssecretaris, mevrouw Karin Adelmund, naar buiten dat er geen behoefte bestond aan subsidiëring van welke website over pesten dan ook, omdat er voldoende goede sites over dit onderwerp bestonden.

Sociale vaardighedentrainingen

Het zesde en laatste voorbeeld. In Nederland is sinds een aantal jaren sprake van een hausse aan (aandacht voor) sociale vaardighedentrainingen. Een aantal goed bekend staande trainingen zijn: Rots en Water, de Zelfverdedigingscursussen voor Meisjes, de Zelfverdedigingscursussen voor Jongens, Leefstijl, het Marietje Kessels Project en de PAD-cursus. Telkens als de makers van dergelijke cursussen voor subsidie bij het ministerie van OCW aanklopten, kregen zij als antwoord dat het ministerie hen geen subsidie kon geven omdat daarmee artikel 23 in het gedrang kwam. De subsidie zou opgevat kunnen worden als staatsbemoeienis.
In het Plan van Aanpak 2004 is het ministerie van dit pad afgeweken. Aan het Transferpunt Jongeren, School en Veiligheid werd een substantieel bedrag toegekend voor de ontwikkeling en implementatie van een nieuwe sociale vaardighedentraining, genaamd C&SCO, te ontwikkelen door een ambtenaar van het ministerie van OCW, gedetacheerd bij een van de landelijke pedagogische centra en aan een onderzoeksinstituut, dat was opgezet door een oud-ambtenaar van het ministerie van OCW.
Over bovengenoemde sociale vaardighedentraining, C&SCO genaamd, zei de maker, tevens ambtenaar van het ministerie van OCW en gedetacheerd bij een van de landelijke pedagogische centra in Uitleg, nummer 11, 17-09-2003, het huisorgaan van het ministerie van OCW, het volgende: "Dit programma bevat niets nieuws, we hebben alleen niet geleerd het in de praktijk toe te passen".

Vraag 11: Wat zijn de redenen geweest van het ministerie van OCW om subsidie te verschaffen voor de ontwikkeling van een nieuwe sociale vaardighedentraining, genaamd C&SCO, terwijl er relatief veel goede, in de praktijk reeds uitgeprobeerde, sociale vaardighedentrainingen voorhanden waren, die echter nog niet (want geen geld) op hun effectiviteit waren getoetst?

Vraag 12: Kunt u een overzicht geven van de aanwijsbare kwaliteiten van de twee makers van de 'nieuwe' sociale vaardighedentraining C&SCO op het gebied van (het produceren van) sociale vaardighedentrainingen?

Vraag 13: Wat zijn de redenen geweest twee niet op het onderwerp competente personen de opdracht te geven een nieuwe sociale vaardighedentraining, genaamd C&SCO, te maken?

Vraag 14: Als de sociale vaardighedentraining C&SCO niets nieuws bevatte, op grond van welke bestanddelen van oude sociale vaardighedentrainingen is C&SCO dan opgebouwd?

Vraag 15: Is hier wederom sprake van een trend waar we al eerder op stuitten, namelijk het maken van zogenaamd nieuwe producten, gedestilleerd uit reeds bestaande producten: een eigen pesttest, een eigen probleeminventarisatie, een eigen vragenlijst over pesten, een eigen website over pesten, een eigen kindertelefoon en nu ook een eigen sociale vaardighedentraining?

Vraag 16: Kunt u duidelijk maken wat het nut van dit soort activiteiten, die door uw ministerie mogelijk zijn gemaakt, is geweest voor de veiligheid van kinderen op Nederlandse scholen?

Vraag 17: Was het, gezien de uiterst verontrustende onderzoekgegevens in Pesten in het Onderwijs (Mooij, 1992) en Leerlinggeweld in het voortgezet onderwijs (Mooij, 1994), niet beter geweest alle expertise in Nederland in te schakelen om het geweldprobleem op Nederlandse scholen structureel aan te pakken en niet te verzanden in de ontwikkeling van steeds maar zogenaamd nieuwe producten met behulp van reeds bestaande instrumenten?

Vraag 18: Waarom is tien jaar lang geen contrôle uitgevoerd op het nut, noodzaak, validiteit en betrouwbaarheid van alle eerder genoemde producten?

Vraag 19: Had het beschikbare geld niet beter direct ingezet kunnen worden om scholen veilig(er) te maken?

Vraag 20: Waarom is niet gekozen voor onderzoek naar de effectiviteit van de reeds bestaande, goed bekend staande en wijd toegepaste sociale vaardighedentrainingen als Leefstijl, Rots en Water en Zelfverdedigingscursussen voor Meisjes en jongens, waarna uitspraken hadden kunnen worden gedaan over de effectiviteit van deze methoden voor de onderwijspraktijk?

Vraag 21: Betekent het toekennen van subsidie aan de ontwikkeling en implementatie van de sociale vaardighedentraining C&SCO dat gekozen is voor het prevaleren van een staats-sociale vaardighedentraining boven de toepassing van het principe van vrijheid van onderwijs (artikel 23)?

Vraag 22: Betekent het toekennen van subsidie voor de ontwikkeling en verspreiding van de nieuwe sociale vaardighedentraining door de - voor de toekenning - verantwoordelijke ambtenaar dat hij, door violatie van artikel 23, zijn minister in politieke moeilijkheden heeft gebracht?

Vraag 23: In het verleden werd elke keer verklaard dat het ministerie van OCW scholen niet kon verplichten een beleid te hebben om pesten tegen te gaan. Betekent violatie van artikel 23 door de ambtenaar die toestemming heeft gegeven een nieuwe sociale vaardighedentraining te maken dat de minister dit argument nu niet meer kan gebruiken en zij de veiligheid van kinderen nu kan stellen boven artikel 23?



Geachte Minister,

Ik stel u niet verantwoordelijk voor het gebrek aan beleid op de aanpak van geweld in het algemeen en pesten in het bijzonder. Evenals mevrouw Karin Adelmund geen antwoorden kon geven op de indringende vragen van de Tweede Kamer over haar aanpak van geweld op de Nederlandse scholen, stond u ook met uw mond vol tanden, toen u, na de moord op de conrector van het Terra College, werd gevraagd welk beleid u had voor de aanpak van geweld. U kwam daarbij niet verder dan te verklaren dat u niet begreep dat een leerling van 15 jaar al over een pistool kon beschikken.
Had men u op de hoogte gesteld van een aantal eenvoudige gegevens uit het onderzoek Leerlinggeweld in het voortgezet uit 1994 - reden voor alle door het ministerie van OCW ingezette campagnes en gelden op het gebied van veiligheid en geweld op Nederlandse scholen - dat had aangetoond dat 23% van de onderzochte leerlingen een instrument, bedoeld als wapen, bij zich droeg en dat 5% van deze leerlingen aan had gegeven een pistool te dragen, dan had u in ieder geval dit antwoord niet gegeven en was u niet door mij in Netwerk geridiculariseerd. Toen daarna een leerling voortgezet onderwijs een oudere leerling met een mes neerstak, kwam u niet eens meer voor de camera, maar verklaarde wel dat u in mei 2004 met een Plan van Aanpak zou komen voor de aanpak van geweld. Dit plan kwam er met als bijzonderheid subsidie voor de bovengenoemde sociale vaardighedentraining, waar absoluut geen behoefte aan was en nog steeds niet is.

Over de hoofden van kinderen heen worden, al dan niet, politieke spelletjes gespeeld. Kinderen hebben (nog) geen stem. Naar hen wordt weinig echt geluisterd. Er wordt door de politiek niet gedacht over oplossingen voor kinderen. Er wordt door ondersteuningsinstellingen niet gedacht over oplossingen, maar aan steeds maar nieuwe projecten. Er wordt gefröbeld. Er worden projecten gestart die er leuk uit zien, maar die het probleem niet oplossen. Er worden instrumenten gemaakt die kant noch wal raken.
Als je dat weet, hoef je niet meer bang te zijn dat een minister van OCW kwaad wordt als je gewoon vraagt of het geld dat burgers en bedrijven opbrengen goed wordt besteed.

De maat is voor mij vol. Als je met kinderen spreekt over pesten; als kinderen en ouders hun ervaringen mailen; als je hoort hoe klachtencommissies hun werk verrichten; als kinderen op het Forum van de website www.pesten.net aan elkaar vertellen dat ze overwegen een einde aan hun leven te maken of vanwege pesten zichzelf beschadigen; als je hoort dat ouders hun kind van school nemen omdat de school het pestprobleem in klas of groep niet wil zien; als je verneemt dat ouders scholen dreigen met een kort geding omdat zij het pestprobleem in het verleden weigerden serieus te nemen en scholen liever de klacht met een geldbedrag afkopen om maar geen negatieve publiciteit te krijgen, dan wordt je boos en dan kan je het niet schelen wie je tegen de haren in strijkt.

Je zorgt er maar voor - of je nu minister, verantwoordelijke ambtenaar, landelijk pedagogisch centrum, bestuur van een school, directeur, lid van een Medezeggenschapsraad of Oudervereniging, leerkracht of ouder bent - om voor kinderen een veilige omgeving op school te creëeren. En als je dat niet kan of wil, moet je daar je consequenties uit trekken.

Tot slot. In uw, samen met Mark Rutte, in de Volkskrant gepubliceerde ingezonden brief, schetst u in het kort wat uw aanpak is. En die is: opruimen, opschudden en opengooien. Ik zou zeggen: ik heb opengegooid. Aan u de taak om deze stal nu eindelijk eens op te ruimen. Als u dat doet, zult u, in ieder geval van mijn kant, bewondering oogsten en hoef ik u en uw ministerie niet meer te ridiculariseren.

Drs. Bob van der Meer

Adres

Europees Expertisecentrum voor Veiligheid
Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009

b.vandermeer@home.nl (direct)
b.vandermeer@pesten.net (indirect)

© Bob van der Meer
Expertisecentrum voor Veiligheid, Rosmalen
27-10-2005




Noten

[I] Een aantal gevolgen zijn weinig zelfvertrouwen (meer) hebben, faalangstig zijn, andere mensen wantrouwen, zich gedienstig (menen te moeten) gedragen, onderworpen gedrag, relationeel-seksuele problemen, depressie, automutilatie, school- en straatfobie, eetstoornissen en overwegingen of pogingen tot zelfdoding . (Van der Meer, 2001-1)

[II] Van der Meer, 2003-1

[III] Pesten, opgevat als het zondebokfenomeen, is volgens Allport, de meest vijandige manier van omgang van mensen en kinderen met elkaar. Andere vergelijkbare manieren zijn: racisme, fascisme, seksisme, vreemdelingenhaat, poten- en pottenrammen, homohaat, antisemitisme, vreemdelingenhaat. (Allport, G.W. 1978)

[IV] Mooij, 1992

[V] Mooij, 1992

[VI] Van der Meer, 1997-5

[VII] Van der Meer, 2006-1

[VIII] Olweus, 1987

[IX] Van der Meer, 1991-1; Mutsaers, 1994

[X] Leymann, 1994

[XI] Leymann, 1994

[XII] Fekkes, 2005; Van der Meer, 2005-1 en 2005-2

[XIII] Van der Meer, 2006-1

[XIV] Fekkes, 2005

[XV] Van der Meer, 1993-3, 1994-1 en 2000-3

[XVI] Van der Meer, 2000-3

[XVII] De stichting E2V2 kan al deze scholen professionaliseren, maar beschikt niet over trainers om alle scholen op korte termijn te kunnen trainen. Er zullen derhalve trainers moeten worden opgeleid.

[XVIII] Het betreft de gehele sociale kaart van stad of dorp: politie, jeugdzorg, bureau Halt, Raad voor de Kinderbescherming, GG en GD, onderwijsbegeleidingsdienst, afdeling Onderwijs.

[XIX] Door bezuinigingen ten aanzien van het onderwijs ondersteunend personeel (OOP) heeft het onderwijzend personeel steeds minder tijd om goed toezicht te houden en corrigerend op te treden. Om deze reden is het van groot belang voor het OOP tijd en middelen te reserveren. Mogelijk kan een gedeelte van de subsidie hiervoor geoormerkt te worden.

[XX] Van der Meer, 1993-1

[XXI] Er zijn in Nederland geen therapeuten gespecialiseerd op de hulp aan gepeste kinderen noch aan notoire pesters. De stichting E2V2 kan deze therapeuten specialiseren.

[XXII] Deze website www.pesten.net, die vanaf haar oprichting in 1998 tot nu toe meer dan zeven miljoen keer is gehit, heeft in al deze jaren vrijwel subsidieloos haar activi­teiten uitgevoerd.

[XXIII] Een deel van de informatiebehoefte kan door folder- en instructiemateriaal als dvd vervuld worden.

[XXIV] Alleen wanneer er een landelijk overkoepelende organisatie is kan het beleid goed gecoördineerd worden en kan men inspringen op recente ontwikkelingen. Gezien de tot nu toe behaalde resultaten zou E2V2 hiervoor de beste kandidaat zijn, welke stichting, om verkokering te voorkomen, haar werkzaamheden zou dienen te verrichten onder de verantwoordelijkheid van Operatie Jong.